De 100 meest voorkomende Latijnse woorden

Dit zijn de 100 meest voorkomende Latijnse woorden, gerangschikt naar hoe vaak ze in het Latijn echt worden gebruikt, in geschreven tekst en gesproken taal, op basis van gepubliceerd onderzoek naar woordfrequentie. Beginnen met de meest frequente woorden werkt: een kleine kern van veelgebruikte woorden doet het meeste werk in alledaagse zinnen, dus als je deze lijst met gespreide herhaling onder de knie krijgt, maak je de snelst mogelijke start.

Nr.WoordUitspraakBetekenis
1eteten
2quikweewelke
3sumsoomzijn
4ininin
5isishij
6nonnohnniet
7hichikdeze
8utootdat (voegwoord)
9adahdnaar
10cumkoommet
11siseeals
12suusSOO-ooseigen
13illeIL-lehdat
14egoEH-gohik
15tutoou
16nosnohswij
17sedsedmaar
18exeksvan
19perpehrdoor
20quiskwiswie
21omnisOM-nisalle
22resrehsding
23dicoDEE-kohzeggen
24facioFAH-kee-ohdoen
25videoWEE-deh-ohzien
26possumPOS-soomkunnen
27voloWOH-lohwillen
28dodohgeven
29eoEH-ohgaan
30venioWEH-nee-ohkomen
31habeoHAH-beh-ohhebben
32magnusMAHG-noosgroot
33bonusBOH-noosgoed
34novusNOH-woosnieuw
35primusPREE-mooseerste
36duoDOO-ohtwee
37aliusAH-lee-oosander
38ipseIP-sehzelf
39diesDEE-ehsdag
40homoHOH-mohpersoon
41annusAHN-noosjaar
42tempusTEM-poostijd
43vitaWEE-tahleven
44opusOH-pooswerk
45nuncnoonknu
46ubiOO-beewaar
47curkoorwaarom
48tunctoonktoen; in dat geval
49ibiEE-beedaar
50multusMOOL-toosveel
51abahbvan, door
52dedehover (van ... af)
53quamkwahmdan
54iamyahmal
55meusMEH-oosmijn
56autowtof
57etiamEH-tee-ahmook
58atqueAHT-kwehen
59enimEH-nimwant, namelijk
60tamenTAH-menechter
61autemOW-temechter, maar
62necneknoch, en niet
63interIN-tehrtussen
64tamtahmzo (in die mate)
65itaEE-tahzo
66namnahmwant
67dumdoomterwijl
68nihilNEE-hilniets
69nullusNOOL-loosgeen
70nosterNOHS-tehronze
71tuusTOO-oosjouw
72sineSEE-nehzonder
73postpohstna
74anteAHN-tehvoor
75subsoobonder
76parsparsdeel
77locusLOH-koosplaats
78manusMAH-nooshand
79animusAH-nee-moosgeest, gemoed
80deusDEH-oosgod
81corpusKOR-pooslichaam
82causaKOW-sahoorzaak
83modusMOH-doosmanier, wijze
84nomenNOH-mennaam
85terraTEHR-rahland
86urbsoorbsstad
87virweerman
88populusPOH-poo-loosvolk, mensen
89verbumWEHR-boomwoord
90rexrehkskoning
91feroFEH-rohdragen, brengen
92agoAH-gohdoen, drijven
93capioKAH-pee-ohnemen
94ponoPOH-nohleggen
95petoPEH-tohzoeken, vragen om
96scioSKEE-ohweten
97credoKREH-dohgeloven
98audioOW-dee-ohhoren
99amoAH-mohhouden van
100malusMAH-loosslecht

Gerangschikt op lemmafrequentie in gepubliceerd corpusonderzoek naar het Latijn; eigennamen, getallen en dubbele vermeldingen zijn verwijderd. De uitspraak is een vereenvoudigde leeshulp, geen fonetische transcriptie.

Veelgestelde vragen over Latijnse woorden

Hoeveel Latijnse woorden heb je nodig voor een eenvoudig gesprek?
Frequentieonderzoek laat zien dat de 1.000 meest voorkomende woorden ongeveer 85 procent van de alledaagse spreektaal dekken, en dat alleen de top 100 al in bijna elke zin voorkomt. Met een paar honderd woorden red je je in eenvoudige gesprekken; deze lijst is het fundament waarop je verder bouwt.
Wat is de snelste manier om deze 100 woorden te onthouden?
Gespreide herhaling: je herhaalt elk woord net voordat je het zou vergeten, met steeds langere tussenpozen. Zo komt woordenschat veel sneller in je langetermijngeheugen dan wanneer je een lijst steeds opnieuw leest. Maak flashcards van de 100 woorden en herhaal elke dag een klein deel; de hele lijst past in twee tot drie weken.
Zijn 100 woorden genoeg om Latijn te spreken?
Nee. Met honderd woorden herken je het geraamte van de meeste zinnen, maar voer je nog geen echt gesprek. Ze zijn wel het juiste startpunt: werk na deze lijst toe naar de 1.000 meest voorkomende woorden en begin al vroeg met spreken, ook al is het met eenvoudige zinnetjes.
Waar komt deze Latijnse woordenlijst vandaan?
Uit gepubliceerd onderzoek naar woordfrequentie in het Latijn: op lemma gerangschikte corpuslijsten, opgeschoond voor taalleerders, zonder eigennamen, getallen en dubbele vermeldingen. De rangorde is bij benadering, omdat het werkelijke taalgebruik per regio en register verschilt, maar de kern is in alle corpora stabiel.